|
|
Home > Dieren > Vogels > Eend > Slobeend
SlobeendKlik hieronder om te zoeken in onze website
 SLOBEEND Verspreiding : Het Noorden en Oosten van Europa, het Noorden van Azie en van Amerika. Veldkenmerken : Kleiner dan de wilde eend, met brede lepelvormige snavel en zwemmend steeds lager op het water, met naar voren gerichte kop en hals. Woerd in prachtkleed overwegend wit, meet roestbruine buik en groene kop en hals. Eend, juvenile en woerd in rustkleed (juli-december) overwegend bruin maar met lichtblauwe vleugelrand en groene Spiegel. Poten oranje, snavel bijna. Roep : ‘tuk-tuk-tuk’, ook ‘wa-ak’ (eend). Meestal zwijgzaam. Typisch vleugelgeklap bij het opvliegen, verschillend van dat van de andere eenden (L.L.). Biotoop : In Belgie : laag gelegen ondiepe zoetwaterplassen met modderige oevers, drassig moeras. Elders ook langs zoutwater-lagunen (Centraal Azie) of tot 600 m. hoogte gelegen meertjes (Centraal Europa). Ook tijdens de trek zelden op zoutwaterplassen. Als voedsel zowwel plantaardige (zaden, knollen, enz.) als dierlijke kost (vis- en kikkerbroed, insekten, enz.). Voortplanting : Vanaf half april : Ondiep kuiltje met bruin-grijs dons, goed verstopt tussen kort gras, heide of andere vegetatie, nabij het water, soms echter op grotere afstand. De eend broedt gedurende = 23-25 dagen, terwijl de woerd soms in de omgeving waakt of zelfs uitzonderlijk de jongen kan begeleiden .Per jaar 1 enkel broedsel. Na = 6-7 weken vliegen de kuikens, die reeds vroeg door hun lepel-snaveltjes herkenbaar zijn. Verplaatsingen : Trekvogel die vooral in Zuid-Europa en Noord-Afrika, zelden in Tropisch Afrika en uitzonderlijk in Zuid-Afrika overwintert.
|
|
|