Home > Dieren > Vogels > Eend > Toppereend

Toppereend


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                           toppereend
TOPPEREEND
Verspreiding : Noorden van Europa, van Azie en van Noord-Amerika.
Veldkenmerken : Vrij grote duikeend met ronde kop en plomp lichaam. De woerd met zwarte kop, hals en start, witte onderzijde en flanken, en met een grijwitte rug. De eend is bruin met grote witte snavelbasis-vlek en vuilwitte oorvlek (‘s zomers). Vliegend met witte vleugelstreep. Roep van de woerd (enkel bij de balts) : fluitend ‘wi-jik’. De eend alar-meert met ‘karr’ of ‘kak’.
Biotoop : Plassen in toendra- of woudzone (Noordelijke taigaa, hoogveenmoerassen, zelfs (in Fenno- Skandinavie) bergmeertjes met open waterspiegel in de berken-zone. ‘s winters vooral op zee langs beschutte kusten, in stroommondingen, op kustmeren (Ysselmeer bv.) en ondiepe binnenzeeen. Eet vooral weekdieren (mossels bv.), ook schaaldieren, insekten, visjes, wat zaden en bladeren van waterplanten (op kustmeren vooral), zeewier, enz.
Voortplanting : In mei-juni 6 tot 11 lang-ovale olijfgroene tot bruine eieren, in een vrij diepe nestkom, in gras of onder struiken, op eilandjes, langs de oever, tussen rots-blokken of ook op de open toendra aangelegd en met veel nestdons bekleed (vrij licht-grauw). Vaak kolonie-vorming : bv. Myvatn (Ijsland). De eend broedt = 24-25 dagen (soms tot 28 dagen) en de woerd kan nog wat blijven na de eileg (uitzonderljk nog bij de jongen gezien). Na minimum 6 weken vliegen de jongen. Er is 1 broedsel per jaar.
Verplaatsingen : Trekvogel die in Europa vooral in de Oostzee (N.-Duitsland, Denemarken) en Noordzee (Nederland en Groot-Brittannie) overwintert.