Home > Dieren > Vogels > Eend > Wintertaling

Wintertaling


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                         WINTERTALING
WINTERTALING
Verspreiding : Europa, het Noordelijk deel van Azie en Westelijk Noord-Amerrika.
Veldkenmerken : De kleinste inheemse eend, herkenbaar door snelle vliegwijze met plotse wendingen, vaak in grote groepen. De woerd in prachtkleed herkenbaar door de kastanjebruine kop met groene oogvlek, de horizontale witte schouderstreep (vertikaal bij de ondersoort 'carolinensis') en de driehoekige gele vlek op de zwarte staartonderzijde. Eend, juveniel en woerd in rustkleed bruin met donkere kop en grotere groen-wit-zwarte vleugelspiegel dan bij de zomertaling. Baltsroep van de woerd : 'kruut-kruut' : weerklinkt voortdurend tijdens de vroege lante maar kan ook 's winters als alarmroep aangewend worden; de eend roept : 'kwek-kwek' (scherp).
Biotoop ; vooral heidemoerassen met veel struikgewas en kreupelhout, ook vochtige bossen met dichte onderbegroeiing, vennen, plassen en vijvers met dichte dekking. zelden ook langs Polderkreken met veel riet; in bergstreken soms tot = 700 m. hooget (Duitsland). Pleistert tijdens de trek op alle begroeide plassen, kreren, schorren en slikken van stroommondingen, enz. Eet meer plantaardige kost (waterplanten, zaden, knollen) dan dierlijke (insekten 's zomers).
Voortplanting : Vanaf begin april, zelden vroeger meestal 9 tot 11 roomkleurige eieren met lichtgroene tint, in vrij diep nestkuilitje met donkere donskrans, goed verstopt tussen de vegetatie, soms ver van het water, in heide of nat bos. De eend broedt gedurende = 21- 23 dagen, de kuikens vliegen na =45 dagen. per jaar 1 enkel broedsel, vervanglegsels na verstoring.
Verplaatsingen : Behalve een deel van de Britse, West-Europese en IJslandse populatie, die ter plaatse kan overwinteren, is deze soort overwegend trekvogel die vooral in West-Europa van september tot maart overwintert.