|
|
Home > Dieren > Vogels > Eend > Zwarte zeeeend
Zwarte Zeeeend
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 ZWARTE ZEEEEND Verspreiding : Noorden van Europa, van Azie en van Noord-Amerika. Veldkenmerken : Vrij grote duikeend zonder vleugelspiegel, bijna steeds op zee verblijvend. De woerd is gans zwart met een zwart-gele snavel (zwarte knobbel), eend en juvenile zijn bruin met vuilwitte kopzijden en donkerbruine schedel. Vliegt vaak in groepjes, op 1 rij, snel de golven scherend. Baltsend, met opgehaven start en vaak kop- schuddend, laat de woerd een fluitend geluid (‘duu’, ‘kwilie’) horen. De eend alarmeeert met ‘eu’ of ‘kerg’. Biotoop : Meren, traagllopende rivieren en hoogveenplassen als broedgebied, de open zee tijdens de trek en ‘s winters (tot ver van de kusten). Verschijnt zelden op binnenwaters. Zoekt duikend (tot 6,40 m. diep) naar weekdieren, ook naar schaaldieren, wormen en zelden vis; ‘s zomers ook insekten en waterplanten. Voortplanting : Van enide mei (in Ijsland) tot begin juli (meestal in juni) 6 tot 9 (soms 5 en 10, zelden meer, tot 13) roomkleurige tot bruinrode eieren, in met weinig gras en mos maar veel donkergrauw nestkuil, door de eend onder struiken of tussen de vegetatie verstopt nabij het water, op niet te kleine eilandjes of langs de begroeide oevers ; zelden ook verder, op min of meer droog terrain. De eend broedt = 30-31 dagen, de jongen vliegen na = 6-7 weken. Er is 1 broedsel per jaar. Verplaatsingen : Trekvogel die Zuidelijker overwintert : tot in Marokko en nog Zuidelijker, (N.W.-Afrika). De grootste groepen verblijven echter in de Westellijke Baltische zee (enkel tijdens zachte winters) in de Noordzee. De oranje snavelvek van het mannetje en de bleke wangen van het vrouwtje zijn typisch voor de zwarte zeeeend. Deze soort verblijft bijna het hele jaar op zee. Grote groepen drijven op ondiepe kustwateren of vliegen in verspreide formaties laag over het water. De vogels duiken, vaak tegelijk, naar mosselen en andere zeedieren. NEST Met dons bekleed kuiltje in grond. VERSPREIDING Broedt op de toendra ’s van N.-Amerika en Eurazie. Overwintert tot in Californie, N.-Afrika en China.
|
|
|