Home > Dieren > Vogels > Kleine vliegenvanger

Kleine Vliegenvanger


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                            KLEIEN VLIEGENVANGER
KLEINE VLIEGENVANGER
Verspreiding : Centraal Europa en Siberie tot aan de Stille Oceaan.
Veldkenmerken : Het adult mannetje heeft een oranje keel, enigszins zoals de roodborst, en bovendien een donkergrijze kop; het wijfje en de jongen zijn steeds herkenbaar aan hun kleine gestalte en de witte vlek op de basis van de buitenste staartpennen. Jaagt soms als een tjiftjaf tussen de takken, doch strekt regelmatig de staart en houdt die ook helemaal opgeheven. Roep : 'tsiek'; welluidende zang in 2 delen; eerst stijgend, dan dalend.
Biotoop : Hoog eikenbos en in bergstreken gemengd bos zonder al te veel naaldhout.
Voortplanting : Meestal begin juni 4 tot 6 eitjes die gedurende 12-13 dagen door het wijfje uitgebroed worden; het mannetje brengt haar ondertussen voedsel, ongeveer 2 maal per uur. Het nest zit vaak zeer hoog, tot 20 m., en ook meestal in een boomholte (of nestkast), zelden gans open.
Verplaatsingen : Trekvogel die in Zuidoost-Azie overwintert.