|
|
Home > Dieren > Vogels > Kleinst waterhoen
Kleinst Waterhoen
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 KLEINST WATERHOEN Verspreiding : Zuid-West- en Zuid-Europa, Centraal- en Zuid-Azie, Afrika. Veldkenmerken : Verschilt van het klein waterhoen door de rondere vleugels, de witte buitenvlag van de eerste slagpen en de grijzere poten (nooit groen). Weinig rood aan grijs of groenachtig snaveltje. Roept 'kuk' (alarm) of 'kriehiet'; zang (vooral 's nachts) 'tri-i-i-i' (triller). Biotoop : Overstroomde biezeweiden, verlandende stroom- en meeroevers, ook wel de dichter begroeide moerassen. Tijdens de trek en 's winters op allerlei vochtige terreinen, eens ook in een dicht droog braambosje. Voortplanting : Vanaf mei (in Zuid-Europa soms einde april) tot in juli 6 tot 8-9 bruine eitjes met lichtbruine stippels, in een vrij diep nestkommetje, verstopt onder overhangende bies-of buntbos (struisriet), = 20 cm. boven vrij ondiep water. Er zijn zelfs drijvende nesten bekend, ook nesten in het riet of andere vegetatie. Beide partners broeden = 20-21 dagen. De zwarte donsjongen zwemmen en duiken reeds na 1 dag, eten zelf na 4 dagen en zijn na 1 wwek zelfstandig. Er is 1 broedsel per jaar, eventueel ook nalegsels. Verplaatsingen : Trekvogel die wellicht in Tropisch Afrika overwintert, doch dan ook vaak in de Middellandse Zee-landen wordt aangetroffen. |
|
|