Home > Dieren > Vogels > Kluut
Kluut
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 KLUUT Verspreiding : Zuid- en West-Europa, Centraal-Azie en verschillende plaatsen in Afrika. Veldkenmerken : Zeer opvallende verschijning, met witte onderzijde, nekband en twee grote vleugelspiegels, waarop de zwarte kop en nek en de zwarte vleugelstrepen sterk kontrasteren. De omgebogen fijne zwarte snavel en de bleekblauwe poten zijn op korte afstand zeer goede kenmerken. Juveniele vogels hebben meer donkerbruine tinten op kop en vleugels. Vliegwijze en nerveus gedrag eveneens uniek, met korte vleugelrukken, glijdende landing en heftig op- en neerknikken met de kop bij onraad. Ook de voedings-wijze met heen en weer zwaaiende snavel in ondiep water en het voortdurend 'kluu-kluu'-geroep ('krie-krie' bij hevig alarm) zijn typisch. Biotoop : Zout- en brakwaterplasjes met zeer ondiepe bedding, ook slijkerige of zandige oevers van zoutmeren in het binnenland (Centraal Europa bv.). Ook minder begroeide plakken in buitendijkse schorren komen als broedgebied in aanmerking, terwijl de slikken steeds bij laag water als fourageergebied worden opgezocht. Ook tijdens de trek steeds aan zout water gebonden en slechts zelden bij zoetwaterplassen verschijnend. Als voedsel allerlei waterinsekten, week- en schaaldiertjes, enz. Voortplanting : Vanaf half april. Beide partners broeden om beurten, gedurende = 22-24 dagen. De jongen vliegen na = 6 weken. Per jaar 1 broedsel. Deze langpotige kustvogel, bekend om zijn slanke, gekromde snavel, is ook ongewoon zijn zwemvliezen. De kluut leeft in riviermondingen, lagunes en zoutwatermeren en fourageert voornamelijk in ondiep water, bij voorkeur zout of brak (deels zout, deels zoet). Zijn gebruikelijke methode om voedsel te vergaren, is door de kop en nek en daarmee de snavel door het water heen en weer te maaien op zoek naar kleine waterdiertjes. Kluten kunnen hun prooi ook direct pakken en verzamelen hun voedsel ook wel zwemmend en grondelend als eenden. Broedkolonies op de grond dichtbij water. NEST Kuiltje in de grond, kaal of bekleed met stengels, gras of grind, verzameld binnen reikafstand. VERSPREIDING Broedt in Eurazie, van de Britse Eilanden oostelijk tot het Verre Oosten. Overwintert tot in Afrika, Pakistan en China.
|