|
|
Home > Dieren > Vogels > Kraai > Geelsnavel kitta
Geelsnavel Kitta
Klik hieronder om te zoeken in onze website
GEELSNAVEL-KITTA, Urocissa flavirostris cucullata (ca. 65 cm) Van het West-Himalayagebergte tot Oost-Nepal strekt zich het woongebied van deze vogels uit. Het zijn standvogels, die alleen gedurende de koudste wintermaanden van hun hoge zone, die tussen de 1500 en de 3000 m. ligt naar lagere streken afdalen. Het zijn echte bosbewoners, die echter de nabijheid van de menselijke nederzettingen en stenden niet mijden en ook veel langs plantages en landbouwvelden gezien worden. Ze komen vaak op de grond, waar ze zich met grote sprongen voortbewegen, waarbij ze hun staarten angstvallig omhoog houden om ze niet in contact met de grond te laten komen. Ze vormen meestal een gezelschap van 5-8 vogels en nemen een bepaalsde streek of bepaald bos tot woongebied. In de bomen maken ze vooral jacht op vlinders, op de grond jagen ze op kleine zoogdieren en insekten en zoeken ze afgevallen vruchten of eieren van vogels en ook wel jonge vogels. Ze laten een schelle rauwe roep horen en als ze onraad bespeuren vullen ze de lucht met een onbedaarlijk geschetter. Ook zijn ze in staat de geluiden van andere vogels te imiteren. De vogels bouwen hun omvangrijke nest in de vork van een tak, meestal in dicht gebladerte, waardoor het moeilijk te vinden is. Ze maken het van twijgen en takken en bekleden het gras en plantenvezels. De 3-4 eieren hebben een geelachtige steenkleur met een zwak groenachtig waas en een purperen of bruine te kening, die zich voornamelijk aan het stompe eind concentreert. Het nest bevind zich 4-7 m. boven de grond. Er zijn geen uiterlijke geslachtskenmerken. Richter beeldde de vogels af op de plant Garcinia mangostana. |
|
|