|
|
Home > Dieren > Vogels > Kraai > Himalaya ekster
Himalaya Ekster
Klik hieronder om te zoeken in onze website
HIMALAYA-EKSTER, Crypsirina cucullata (ca. 30 cm) Deze ekster met spatelvormige middelste staartpennen werd in 1862 door Jerdon voor het eerst beschreven. Hij schijnt uitsluitend in Noord- en Centraal-Birma voor te komen. Hij lijkt opvallend veel op de Zwerfekster, Dendrocitta vagabunda uit lagere Himalayagebergte van Voor-India, en het hoogland van Centraal-India. Enige verschillen vallen echter direct op. In de eerste plaats is het aantal staartpennen van de Himalaya-ekster niet 12 maar 10 en zijn middelste staartpennen aan het eind tot spatels verbreed en verder zijn de poten veel korter. De snavelvorm is anders en het verenkleed meer zijdeachtig. De vogels leven in kleine groepjes en in de broedtijd paarsgewijs. Ze voeden zich vooral met sprinkhanen en gevleugelde witte mieren. Ze jangen vanaf een zitplaats in een boom en keren met hun buit naar deze plaats terug. De broedtijd valt vroeg in het voorjaar. De jongen hebben een grijze kop in plaats van een zwarte. Jerdon vermeldt dat van deze vogels gezegd wordt dat ze zo nu en dan op de ruggen van runderen gaan zitten om er de parasieten weg te pikken. Van de kop zijn alleen de teugels en een brede band aan de basis van de bovensnavel en een smalle band aan de basis van de ondersnavel diep fluweel zwart. De rest van de kop en nek zijn zwart met een groenachtige glans. Achter de kapoets loopt een smalle grijsachtig witte band, die op de boven- en onderdelen overgaat in asgrijs. De slagpennen zijn dof zwart en over de vleugels loopt een fijne witte dwarsstreep. Van de staart zijn allen de middelste pennen geheel zwart, de buitenste zijn asgrijs met witachtige punten. Richter beeldde de vogels af op Thibaudia pulcherrima. |
|
|