Home > Dieren > Vogels > Kraanvogel

Kraanvogel


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                       
KRAANVOGEL
Verspreiding Noorden van Europa en Azie.
Veldkenmerken : Zeer grote steltloper met lange donkere poten en grijs verenkleed, over-hangende donkere rugeveren, zwartwit-gevlekte hals en rode kopvlek : bij de adulte vogel (meestal slecht zichtbaar). Vliegend met gestrekte hals en vrij korte donkere snavel. Roep : 'kroer', 'garr' : baltsdanes : opspringend.
Biotoop : Moerassen en ander waterrijke gebieden met wijd uitzicht. Tijdens de trek ook in hoogveen, weiden en velden en ander open landschap. Voedsel : regenwormen, enger-lingen en andere in de grond levende insekten, muizen, hagedissen, jonge vogels, sprink-hannen, waterinsekten; zelden maiskolven of bessen.
Voortplanting : Van april (zelden einde maart) tot in mei (uitzonderlijk tot in juli) meestal 2, zelden 1 en uitzonderlijk 3 buikig-ovale grauwgroene tot olijfgele eieren met grauwe tot donkerbruine vlekken, vooral op de stompe pool.Nest (wellicht door beide partners gebouwd) is een hoop gras, mos en riet (geen takken) meestal in het water midden in on-toegankelijke moerassen en vaak aan de rand van het rietland. Beide geslachten broeden = 28-31 dagen lang (meestal 30 dagen) en roepen vaak bij de aflossing. De jongen vliegen na = 9-10 weken doch verlaten reeds de eerste dag zwemmend het nest, maar 1 of beide ouders verzekeren van dan af de leiding van elk jong. Er is 1 broedsel per jaar, wel 1 of meer nalegsels na verlies van het eerste legsel.
Verplaatsingen : Trekvogel die in Zuid-Spanje in N.W.-Afrika Marokko, in Libie en vooral in de Nijlvallei (tot in Ethiopie) overwintert.
De voor het grootste gedeelte egaal grijs ogende kraanvogel van gras- en moerasgebieden verraadt zich door zijn fel gekleurde kop en verdragende getrompetter. De roepen zijn in paringstijd onderdeel van de balts, en worden ook vliegend geslaakt. Het dieet bestaat uit insekten, kikkers, muizen, zaden en ander plantaardig voedsel. ’s Winters verblijven de kraanvogels in droger gebied, zoals weilanden.
NEST Hoop rietengels, gras en ander vegetatie, met een kuiltje bovenop, vaak in een dicht bij of in ondiep water.
VERSPREIDING Broedt in heel Eurazie. Overwintert in Z.-Eurazie, N. W.- en N. O.-Afrika, en
China.
N. B. Omdat hij grote onbewoonde moeras-, en grasgebieden nodig heeft om te broeden, heeft de kraanvogel door de oprukkende bebouwing steeds meer terrein verloren. Hij leeft in de overgebleven gebieden en nu ook in kreupelhout en schaars bebost terrein.