Home > Dieren > Vogels > Kwartel
Kwartel
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 KWARTEL Verspreiding : Europa, Azie en Afrika. Veldkenmerken : Kleinste inheemse hoendersoort, niet groter dan een lijster, doch met rond lichaam, kort staartje en typsche tripplgang. Vliegt snel, in rechte lijn. Gevederte is bruin, zoals de tint van de bodem. De roep : 'pit-pe-pit' wordt 4-5 maal herhaald en kan soms zeer vroeg : 5-VI-1946 (W. 1949 : 7) of zeer laat : 28-XII-1957 (W. 1958 : 53) weerklinken. Minder gewoon is de hese 'rau-rau' of 'were'-roep. Biotoop : Graan-, klaver- of luzernevelden, weiden en braak terrein met open uitzicht en niet-intensief-bewerkte bodem. Leeft bijna nooit in moeras of heide en zelden in bebost gebied. Eet onkruidzaden, groen en insekten ('s zomers). Voortplanting : Vanaf einde mei 4t tot 14 geelbruine eieren met zwarte vlekke. Het ondiep nest-kommetje, met wat droge grashalmen belegd, bevindt zich in een graanveld op de grond, of tussen de dichte bodem-vegetztie. Het wijfje broedt allen ge-durende = 17 dagen. De jongen die eveneens enkel door het wijfje verzorgd worden, Vliegen na = 19 dagen. Er 1 broedsel per jaar, soms ook 2. Vermits jonge wijfje na = 75 dagen reeds kunnen leggen is het niet uitgesloten dat jongen, die in april-mei in Noord-Afrika geboren werden, Alhier nog in augustus zouden broeden. In juni verdwijnen immers de meeste kwartels uit Noord-Afrika. Verplaatsingen : Trekvogel die in Tropisch en Oost-Afrika overwintert, in klein aantal in Tropisch West-Afrika en zelfs in Noord- Afrika. Deze soort is een van de wat kleinere vogels waar vaal op gejaagd wordt. Zijn herkenbare roep, bestaande uit drie vloeiende tonen, wordt zowel ’s nachts als overdag gehoord. Hij verbergt zichzelf in grassland en graanvelden. Bij verstoring on tsnapt hij liever rennend dan vliegend, maar af en toe maakt hij korte lage vluchten. Uit de trekroute blijkt echter dat hij wel degelijk lange afstanden vliegend kan afleggen. De kwartel fourageert op de grond, zujn dieet bestaat vornamelijk uit zaden, knoppen, scheuten en bladeren. NEST Met gras bekleed kuiltje in de grond , uitgeschraapt met de poten en gevormd door het lichaam; in dichte begroeiing. VERSPREIDING Broedt van Europa tot oostelijk Centr.-Siberie en Mangolie, en in Iran, N.-India, Afrika en madagaskar. Euraziatische vogels overwinteren tot Centr.-Afrika en India.
|