|
|
Home > Dieren > Vogels > Zwarte ruiter
Zwarte Ruiter
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 ZWARTE RUITER Verspreiding : Noorden van Europa en van Azie. Veldkenmerken : Is wat groter en slanker dan tureluur en heeft een lange snavel. In het vliegbeeld een lanwerpige witte rugvlek maar geen vleugelstreep zoals bij de tureluur. In prachtkleed gans zwart met wat lichte wenkbrauwstreep (die de tureluur niet heeft), een grijzere bovenzijde en een wittere onderzijde dan de tureluur. De roep is een scherp 'tjuwiet', naast een dof 'kuk-kuk'. Biotoop : Bewoont moerassige en ook drogere, vrijlichte bossen van de noordelijke naald-hout-'taiga', tot in de opene struik-'toendra' en kruipwilgen-zone boven de boomgrens. bv. in Noord-Zweden. Tijdens de trek bij voorkeur langs de zeekust, in slijkerige stroom-mondingen of ondiepe zout- of brakwaterplasjes. Bezoekt ook vrij regelmatig doch in klein aantal het binnenland, langs waterlopen of zoetwaterplassen. Voortplanting : Vanaf einde mei tot einde juni bijna steeds 4 peervormige eieren, wat groter, meer glanzend en meestal zwaardere gevlekt dan van de tureluur. Enkel het mannetje zou broeden terwijl het wijfje op korte afstand waakt en ook nog de zeer kleine jongen verzorgt, waarna ze vertrekt. De jongen zoeken na enkel dagen alleen hun voedsel in het moeras. Er is 1 enkel broedsel per jaar. Verplaatsingen : Trekvogel die tot in tropisch Afrika gaat overwinteren.
|
|
|