Home > Dieren > Vogels > Aalschover

Aalschover


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                         Aalscholver.
AALSCHOLVER

Verspreiding : Europa, Azie, Afrika, Oceanie en Noord-Amerika.
Veldkenmerken : Zwarte watervogel met slank lichaam en lange hals, zwemt en duikt vaak (met sprongetje vooruit), vliegend wat als een gans. Lange snavel met haakpunt. Ligt diep in het water, met kop omhoog gericht. Buiten het water vaak met de vleugels wijd open. Witte dijvlekken, kin en witgespikkelde kop en hals (niet bij de vorm 'carbo') in het prachtkleed. Onvolwassen vogels bruin met vuilwite onderzijde : Roep : 'chro', 'kra', 'krawie' (jongen) ; baltsend met gorgelend geluid en gekke houdingen (snavel op de rug, enz.).
Biotoop : Meren en grote stromen met hoge bomen, ook boomloze kusten en rotsklippen ('carbo'). Tijdens de trek langs de zeekust en op visrijke plassen. Eet vooral vis (paling,haring, baars, enz.) die de aalscholver onder water zwemmend bemachtigt.
Voortplanting : Vanaf maart (soms in februari in Nederland) tot juni en zelden tot in juli-augustus. Groot takkennest (nestkom met gras, riet, enz.) in de hoogste bomen (vaak samen met blauwe reigers).Beide partners bouwen en broeden, 23-24 tot 28-30 dagen ('carbo'). Na = 7 weken vliegen de jongen uit, na = 12-13 weken jagen ze alleen. Soms tot 3.000 nesten in kolonie.
Verplaatsingen :  Trekvogel die langs de Middellandse Zee tot in Noord-Afrika overwintert, soms veel Noordelijker en zelfs ter plaatse.
De forse aalscholver komt voor op elk groot wateroppervlak binnen zijn wereldwijde verspreidingsgebied: meren, rivieren, riviermondingen en kustwateren. Bij het voedselzoeken zwemt hij lag in her water. Vaak onder water kijkend naar vis, duikt hij zijn prooi achterna. Vissen worden pas aan de oppervlakte het grote keelgat ingewerkt. Net als andere aalscholvers heeft deze soort een slecht waterdicht pak en dan ook regelmatig met gespreide vleugels zijn veren te drogen. Hij vliegt met regelmatige vleugelslag, met af en toe glijvlucht. Tijdens her broeden zijn flank en kop wit gespikkeld en de donkere veren diep glanzend.NEST Groot trechtervormig nest van zeewier op een platte rots of klip, of nest van takken in een boom.
VERSPREIDING O.-Noord-Amerika, bijna geheel Eurazie, delen van Afrika; Z.- en Z. O.-Azie, delen van Australie.