Home > Dieren > Vogels > arend > Schreeuwarend

Schreeuwarend


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                      schreeuwarend
SCHREEUWAREND
Verspreiding : Centraal-Europa, Kaukasus-geberget, Klein-Azie en Indie.
Veldkenmerken : Is wat groter dan een buizered en bezit echte arend-allures : het vliegbeeld, met brede en lange vleugels, die dieper worden doorgeslagen da bij de steenarend; ook de zweefvlucht op grote hoogte; soms zonder vleugelslag ter plaatse hangend; verder de jachtwijze, door laag over te vliegen of te loeren vanuit een uitkijkpost, vaak ook door als een ooievaar rond te lopen. Bezit een wat kleinere gestalte dan de bastaardarend en heft een snellere vleugelslag. De juveniele vogel heft minder witte vleugelvlekken, een roest-gele nekvlek en minder witte stuitveren. De roep is een schreiend ‘kjuu-kjuu-kjuu’, ook ‘jief-jief’ of ‘psiek’.
Biotoop : Moerasbossen, ondermeer de elzenbossen in Oostpruisen, doch ook meer in bergwouden dan de bastaardarend : in de Kaukasus tot op 2.000 m. Leeft echter minder in de steppen, wel midden in het woest berglandschap van de Balkan, waar ook de slangen- arend voorkomt. Voedt zich met knaagdieren, vogels, reptielen, grotere insekten, enz.
Voortplanting : Vanaf einde april maar vooral in mei 2 vuikwitte eieren met of zonder paarse en bruine vlekken (zoals bij de bastaardarend), Zelden ook 1 ei (1 maal op 28 nesten) of zelfs 3 eieren. Het eerste ei is meestal groter en zwaarder. Het hoge boomnest (tot 29 m., zelden slechts 4-6 m.) bevat droog gras in de nestkom en wordt steeds met groene taken opgesmukt tijdens de ganse broedperiode. Het wijfe broedt alleen gedurende = 40 dagen, terwijl het mannetje haar voedsel aanbrengt, in de snavel. Enkel het oudste jong overleeft, na het jongste onder zich te hebben gedrukt zodat het na 4-5 dagen van honger bezwijkt. Na 50 tot 55 dagen verlaat het jong het nest en vliegt behoorlijk op eigen kracht.
Verplaatsingen : Een echte trekvogel, die in September-oktober wegtrekt om in Zuid-Afrika te gaan overwinteren.