Home > Dieren > Vogels > Bruine kiekendief
Bruine Kiekendief
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 BRUINE KIEKENDIEF Verspreiding : Europa, Azie, Oceanie en Noord-West-Afrika. Veldkenmerken : Ongeveer zo groot als de buizerd, maar met slankere vleugels en langere start. Mannetje met blauwgrijze start en helft van de vleugel, bruine rug, vleugelboeg en buik, zwarte vleugeltoppen enbleekbruine kop. Het zwaardere wijfje is bruin met witte kop en vleugelboeg, de jongen zijn donkerbruin met min of meer witgele kop. Schomme-lende zweefvlucht met plotse duik in het riet, vaak met uitgestoken poten. Balts met reeks duik- en zweefvluchten, onder voortdurend geroep : ‘kie-jiep’ of ‘fied’. Biotoop : Vijvers en moerassen met brede rietzoom, biezenweiden, brede rivier-vallerien, schorren,vennen, en om te jangen : graanvelden en weiden niet ver van het moeras. Jaagt vooral op jonge vogels, knaagdieren, veel kikvorsen, vissen uit het moeras en insekten (in Afrika vooral). Voortplanting : Van half april (soms begin april in N.O.-Frankrijk) tot half juni 4-5, zelden 6 en uitzonderlijk 7-8 rond-ovale vuilwitte eieren in soms groot nest in rietland, meestal boven ondiep water. Wijfje bouwt en broedt meestal alleen, 32-33 dagen lang, het mannetje brengt voedsel aan en bouwt soms een platform op korte afstand. Jongen blijven 34-38 dagen in het nest maar vliegen pas behoorlijk na 43 dagen. Ze woerden in het begin door het wijfje alleen, later ook het mannetje (dat echter geen prooien verdeelt) van voedsel voorzien. Het kleinste jong wordt vaak door de grotere gedood. In Belgie 1 maal polygamie vastgesteld, te Geel (Antw.) in 1954 (G. 1956 : 282). Verplaatsingen : Trekvogel die tot in Tropisch Afrika gaat overwinteren, sommige ook in Zuid-Europa. |