Home > Dieren > Vogels > Buizerd

Buizerd


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                    buizerd.
BUIZERD
Verspreiding : Europa, Azie en de eilanden in de Atlantische Oceaan ten N.W.van Afrika.
Veldkenmerken : Middelgrote stootvogel met variabel verenkleed dat soms bijna zuiver wit kan zijn tot het meer algemeen donkerbruin. Brede vleugels, vrij korte brede staart en dikke kop zijn kenmerkend. Trage vleugelslag maar zweeft soms meesterlijk gedurende lange tijd en kan ook ter plaatse 'wiekelen'. Zit meestal 'dromend' op paal of dorre tak, wordt uitgevoerd, soms hoog in de lucht. De ondersoort 'vulpinus' van N. en O.-Europa is roestkleuriger, vooral op de onderzijde en de staart.
Biotoop : Bossen en wouden met open plekken of bosranden met weiden en velden. In Belgi vooral in het loofbos, zelden in zuiver naaldhout (elders wel). Jaagt op knaagdieren, mollen, kikvorsen, reptielen, insekten en regenwormen, ook wel op gekwetst of onervaren wild, eens een eekhoorn en op krengen. Komt voor tot op = 1.400 m. hoogte in bergstreken.
Voortplanting : Vanaf begin april, of vroger : het eerste ei, en tot in mei. Meestal 3, vaak 2, soms 4 en zelden 1 of uitzonderlijk (eens in het buitenland) 5 vuilwitte met roesbruin gevlekte ronde eieren. Vrij groot takkennest in hoge bomen (= 8 tot 20 m.), zelden lager, wordt meestal door de buizerds zelf gebouwd, soms boven op een oud nest. Rotsnesten zijn bekend in Groot-Brittannie en Zwitserland. Het wijfje broedt gedurende 33 tot 35 dagen. Na 40-50 dagen vliegen de jongen uit. Soms zeer vroege nestbouw, eens in januari.
Verplaatsingen : Is vooral in Noord- en Oost-Europa trekvogel die gedeeltelijk in West-Europa overwintert, samen met de plaatselijke broedvogels.
Deze stevig gebouwde roofvogel met brede, stomp afgeronde vleugels en brede staart kan worden aangetroffenboven velden, heuvels, gekapte bossen en bosranden. Hij zeilt uren door de lucht, op zoek naar voedsel, of overziet de omgeving vanuit een boom, om zich vervolgens op een dier, varierend van kever tot konijn, storten.
NEST Forse massa takken en wortels, met een kuiltje middenin, in een boom of op een rotsrichel.
VERSPREIDING Broedt in bijna heel Eurazie. Overwinter tot in Z.-Afrika, India en Z. O.-Azie.