Home > Dieren > Vogels > duiker > roodkeelduiker
Roodkeelduiker
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 ROODKEELDUIKER Verspreiding : Noorden van Europa, van Azie en van Noord-Amerika; Veldkenmerken : wat kleiner dan de parelduiker en steeds een grijzere kop en een wat opgewipte snavel (ondersnavel). In prachtkleed met roodbruine keel, asgrauwe kop en witte stippels op de rug (geen witte rugtekening). Duikt vaardig, gemiddeld 23 sekonden lang, 20-30 m. ver, 2 tot 9 m. diep. Vliegend met gebogen hals en poten gestrekt, snelle vleugelslagen, geen witte vleugelspiegel. Roep : 'kroa-kroa' (schor), baltsend (opgericht met snavel op borst, buigend en rondvliegend) een klagend gemiauw : 'auw', ook een gerekt 'oewie',steeds herhaald. Biotoop : Als broedggbied een open binnenwater, vanaf de kust tot in het gebergte (minder), in IJsland tot 500-600 m.hoogte. Bewoont de woudzone tot het uiterste Noorden.Leeft liefst op kleine moerassige plassen met oevervegetatie (met of zonder vis). Tijdens de trek vooral op zee, ook op kustwateren en soms zelfs vrij ver in het binnenland (zelden). Vist duikend naar haring en andere zeevissen, ook zoetwatervis (forel bv.), week- en schaaldieren, waterisekten, kikvorsen, enz. Voortplanting : Vanaf half mie (zuiden) tot einde juni en zelfs einde juli (N.-Groenland-Siberje) meessstal 2, uitzonderlijk 1 of 3 olijfbruine eieren met zwartbruine vlekken, in een bij het water liggend grondnest met veenmos, mos en grashalmen, met duidelijke vluchtweg naar het water liggend grondnest met veenmos, mos en grashalmen, met duidelijke vluchtweg naar het water. Meestal ligt het nest tussen de oeverbegroeiing of op kleine eilandjes (nooit zo open als bij de parelduiker), zelden ook op het water zelf. Verplaatsigen : Overwegend trekvogel (in IJsland wellicht meestal = standvogel) die vanaf agustus wegtrekt om langs de Atlantische Oceaankust te overwinteren (tot in Marokko).
|