|
|
Home > Dieren > Vogels > Fluiter
Fluiter
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 FLUITER Deze soort fourageert en roest in de toppen van bomen, maar nestelt op de grond! Gebieden met hoog geboomte zonder ondergroei zijn favoriet. Deze soort is geler dan de tjiftjaf, en heeft een sidderend, trillend lied. Hij eet insekten. NEST Koepelvormig nest van planten op of dicht bij de grond. VERSPREIDING Broedt in Europa. Overwintert in M.-Afrika.
FLUITER Verspreiding : Broedvogel van Europa, met een sporadisch voorkomen in het uiteinde van West-Azie, Oostelijk van de Oeral. Veldkenmerken : Een zangertje dat vooral in het loofwoud leeft : olijfgroene rug. citroengele keel en borst (zeer veranderlijk van intensiteit en kleur) en grijswitte buik. Het beste kenmerk is de zang, vooral het 'trillend' territorium-liedje: 'tsip-tsip-tsip-tsirrrrr', maar ook het weemoedig 'djuu-djuu-djuu-djuu' dat eerder een seduktieve funktie zou bezitten (G. 1968 : 236); beide geslachten roepen 'dju' als lokroep. Biotoop : In hoofdzaak het hoogstammig beukewoud met gesloten bladerkruin en lage takken, dus vrij ver van mekaar staande bomen met spontane regeneratie, of ook het gemengd loofhout met lichte ondergroei en niet al te dichte bodem-vegeftatie; soms zelfs het naaldhout met vrij hoge stammen en enige ondergroei van loofhout. Heeft een voorkeur voor hellingen en ravijnen en ravijnen in volle vos. Voortplanting : In mei-juni. Verplaatsingen : Overwintering in Tropisch Afrika. |
|
|