|
|
Home > Dieren > Vogels > fuut
Fuut
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 FUUT Verspreiding : Europa, en Westelijk Azie,Afrika, Oceanie. Veldkenmerken : Grootste inheemse fuut, slanke duikvogel (11 tot 45 sekonden onder water blijvend, gemiddeld 23 sekonden; duikt 2 tot 4 m. diep) met lange,blinkend-witte hals en witte onderzijde, in prachtkleed met roestbruin en zwart gekleurde nek, wapperende kopen halsveren en witte wangen. Vliegend met 2 opvallende, witte vleugelspiegels. Roep (vooral bij de balts, ook 's nachts) : 'orrr', 'greuk-grok' (steeds herhaald); jongen roepen : 'billi', 'wiep', Beide geslachten baltsen (kopschudden, veren poetsen, kat-houding met geopende vleugels, opgerichte hals, 'pinguin'-dans met nestmateriaal in snavel, enz.) Biotoop : Meren en visvijvers met open water en niet te dichte veggetatie-gordel; liefst zoetwaterplassen van 2 tot 5 m. diepte, in Oost-Europa ook zout- en brak water en zelfs langs de zeekust (Oosten van Baltische zee); tot 560 m. hoogte in Zwitserland, uitzonderlijk hoger.Tijdens de trek regelmatig op zee en stroommondingen. Voedsel : vooral vis maar ook waterinsekten, spinnen, kikvorsen, kleine slangen (+ veren in de maag). Voortplanting : Van april, zelden vroeger. Verplaatsingen : Enkele overwinteraars ter plaatse, de meeste trekken echter vanaf oktober-november weg, om in februari-april terug te keren. Doortrekkende futen komen soms einde juli reeds door.
Getooid met pluimen op de kruin en kastanjebruine wangvren aan de kop, zijn de paartjes een opvallende verschijning op meren en rivieren. De vogels jagen onder water op vis, insekten en andere waterdieren. NEST Hoop plantenmateriaal, drijvend in ondiep water of tussen waterplanten. VERSPREIDING Brordt in bijna geheel Eurazie en in Afrika en Australie. De populaties in noordelijk Eurazie trekken ’s winters in zuidelike richting tot het Middellandse-Zeegebied en N.India.
|
|
|