|
|
Home > Dieren > Vogels > fuut > geoorde fuut
Geoorde Fuut
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 GEOORDE FUUT Verspreiding : Europa, West- en Oost-Azie, Afrika en Noord-Amerika. Veldkenmerken : Groter en meer gedrongen dan de dodaars en ook met een langere hals. In het winterkleed zijn de rondere kop, het opgewipt snaveltije en de grotere zwarte schedelkap tot onder de ogen goede verschilpunten met de kuifduiker. Wangen en hals zijn meestal minder helderwit. Vliegend valt de iets grotere witte vleugelspiegel op. In het prachtkleed zijn de zwarte hals, de kleinere goudbruine en losser staande oorveren en de smallere kastanjebruine flanken onder de zwarte rug de beste kenmerken. De roep (op de broedplaats alleen) : 'bib-bib', fluitend 'huu-wit' en een iets luidere triller dan van de dodaars. Zeer sociale vogels. Biotoop : Plassen en vijvers met afwisselende randvegetatie, riet en water en in vaak grote kolonies naast meeuwen, sternen of andere kolonievogels. Tijdens de trek en 's winters ook op grote meren en vijvers met open water. Voedsel : insekten en hun larven, wat week- en schaaldieren, vissen, plantenresten, veren, enz. Voortplantingn : Van einde mei tot juni, soms in april. Verplaatsingen : Trekvogel die vooral bij de Middellandse zee overwintert.
|
|
|