Home > Dieren > Vogels > fuut > kuifduiker

Kuifduiker


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                        kuifduiker
KUIFDUIKER

Verspreiding : N. van Europa, Azie en Noord-Amerika.
Veldkenmerken : Duikvogel, wat groter dan de dodaars, minder gedrongen, met  plattere kop en vliegend met kleinere witte vleugelspiegel dan de geoorde fuut, waarop deze soort in winterkleed sterk gelijkt; de koptekening is evenwel bonter, met verder naar achteren reikende witte wangen, een smallere zwarte schedel boven de rode ogen en een wit vlekje tussen snavelbasis en oog. De snavel is recht, niet opgewipt zolas bij de geoorde fuut. In het prachtkleed goudgele wangeveren op de zwarte kop,en roodbruine hals. Duikt minder en vliegt meer dan de andere futen. Balts als bij de andere futen, ook een scherpe triller zoals bij de dodaars, maar luider ; ook 'uk-uk'-geroep en klagende geluiden.
Biotoop : Minder begroeide wateroppervlakten dan de geoorde fuut,bv. kratermeren of vijvers zonder  plantengroei.Tijdens de trek en's winters ook meer op zee of nabij de kust, op grote plassen of waterlopen, Bewoont in Schotland meren met zeggen en paardestaart, zonder riet. Als voedsel insekten, weekdieren, kleine vissen, ook plantenstengels (en veel veren in de maag).
Voortplanting : Van begin mei tot in juni, maar vooral einde mei (nalegsels zelfs tot in augustus) meestal 4-5, vaak 3 en soms 6 vuilwitte ovale eieren met dunne kalklaag die door inwerking van plantenzuren roestkleurig wordt. Drijvend nest vervaaridigd met plantenstengels en bladeren, met modder vermengd, soms zeer nat. Er zijn kolonies van 7 tot 11 nesten samen gevonden, zowel tussen de vegetatie als in open (tot 1 m. diep) water. Beide partners bouwen en broeden = 22 tot 25 dagen lang (meestal 24), het wijfje gewoonlijk het meest. Er is 1 broedsel per jaar, ook eens 2 in Schotland. De witgrijs gestreepte donkere jongen worden vaak op de rug meegevoerd en tussen beide ouders verdeeld gedurende meerdere weken.

Verplaatsingen : Trekvogel die in Centraal- en West-Europa overwintert, nabij de kusten vooral. Schotese vogels zouden tijdens zachte winters standvogels zijn. Einde augustus reeds in Nederland.