|
|
Home > Dieren > Vogels > Gans > Brandgans
Brandgans
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 BRANDGANS Versperiding : Uiterste Noorden Amerika (Oost-Groenland), van Europa (Spitzbergen) en van W.-Azie (Zuid-Nova Zembla- en Waigatsch-eilanden). Veldkenmeren : Kleine gans met roomwitte wangen, witte buik, blauwgrijze boven zijde met zwarte dwarsstrepen, zwarte hals, borstschedel, staart, poten en een kort zwart snaveltje. Roep : 'geok', vaak in koor, als troep keffende hondjes. Biotoop : Bewoont steile in een kaal rotslandschap. Tijdens de trek vooral voedsel zoekend in vochtig weilanden en gorzen nabij de zeekust. Eet gras en andere wilde planten. Voortplanting : Einde mei-begin juni normal 3 tot 6 grauwwitte eieren boven op een rotsklip (tot 300 m. hoogte), vaak inkolonies van 50 of zelfs = 150 bijeen; uitzonderlijk op een gras-eilandje. Het wijfje bouwt en broedt alleen gedurende = 24-25 dagen. De dons-jongen vallen na 1 dag naar beneden of worden door de ouders getransporteerd, in de snavel of op de rug. Na = 7 weken vliegen de jongen, maar ze blijven in familieverband tot het volgend seizoen. Sommige jaren zijn er weinig jongen (sinds 1956 op Groenland slchts om de jaren). Verplaatsingen : Trekvogel die vanuit Oost-Groenland via IJsland naar N. en NW.-lerland en NW.-Schotland vliegt om er te overwinteren ; vanuit Spitzbergen via Noord- en West- Noorwegen naar de Solway-monding tussen Schotland en Engeland.
|
|
|