|
|
Home > Dieren > Vogels > Gans > Dwerggans
Dwerggans
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 DWERGGANS Verspreiding : Noorden van Europa en van Azie. Veldkenmerken : Als een kleine kolgans met rond kopje en zeer klein snaveltje. Adulte vogels bezitten rond het oog een gele ring terwijl het spits uitlopend eit voorhoofd tot boven de ogen reikt. Vleugels smaller dan bij de kolgans zodat de vlucht met snellere vleugelslagen gebeurt. De schrille roep : ‘klik-klu’ en ‘kjulit’ klinkt anders dan bij andere ganzensoorten en laat dus een vlugge daterminatietoe. Biotoop : Woud- en vooral struikoendra, noordelijke ‘taiga’-wouden en plaatselijk in berg-streken, zoals in Laplnd, tot boven de boomgrens op = 650 m. hoogte, Waar kruipwilgen groeien en bergemeren niet ontbreken. Uitzonderlijk zelfs op rotsklippen broedend : Nova Zembla bv. Tijdens de trek vooral in weilanden, vaak samen met kolganzen. Zou geen bessen eten. Voortplanting : Van einde mei (in Lapland) tot einde juni (in Siberie) 4-5, zelden 3 of tot 8 roomkleurige eieren, in diepe nestkuil, met gras en dons belegd, onder een struik of naast een rotsblok, meestal nabij het water. Het wijfje broedt gedurende = 25 dagen, terwijl het mannetje op afstand waakt en ook de kuikens verzorgt met zijn wijfje. De jongen vliegen na - 5 weken. Per jaar 1 enkel broedsel. Verplaatsingen : Trekvogel met overwegend Zuid- of zuidoostelijke richting, wat uniek is bij de ganzen. Kan in augustus reeds vertrekken, de terugkeer grijpt plaats vanaf mart met aankomst op de broedplaats in mei. Overwintert vooral langs de Kaspische Zee en de Zwarte Zee, tot lran.
|
|
|