Home > Dieren > Vogels > Gans > Kleine rietgans

Kleine Rietgans


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                         KLEINE RIETGANS
KLEINE RIETGANS
Versperiding : Oost-Groenland IJsland en Spitzbergen.
Veldkenmeren : Wat groter dan de kolgans maar kleiner dan de rietgans, met opvallend bleke blauwgrijze bovenzijde en donkerbruine kop, klein zwart en roze snaveltje en roze poten. De roep is wat scherper dan die van de rietgans.
Biotoop : Broedt op rotsklippen in kaal landschap (lavavelden bv.) op korte afstand van grasland en water. Verblijft 's winters meestal op drassige weilanden of ook op stoppel-land en gewezen aardapplvelden (in Groot-Brittannie). Gaat op afgelegen of plassen slapen, soms 30-50 Km. verder.
Voortplanting : In mei (in IJsland) of in juni (Spitsbergen, Groenland), van 3 tot 6 en soms meer eieren, meestal 4, in een nestkuiltje met veel gras, mos en een dikke laag dons, op een sneeuwvrije plaats met wijd uitzicht (rotsklip of eilandje). Broedt in groet losse kolonies. Jaren naeen gebruikte nesten bekomen door bemesting een vegetatiekrans. Het wijfje broedt = 28 dagen, de woedr waakt op min dan 5 m. afstand. De kuikens vliegen na = 7-8 weken. Er is 1 enkel broedsel per jaar maar sommige jaren (1952, 1954) zijn eer zeer weinig jonge ganzen.
Verplaatsingen : Trekvogel : in Groot Brittannie overwinteren de Groenlandse en IJslandse poopulaties, in West-Europa de vogels uit Spitsbergen.