Home > Dieren > Vogels > Grauwe kiekendief

Grauwe Kiekendief


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                          GRAUWE KIEKENDIEF      
GRAUWE KIEKENDIEF
Verspreiding : Europa, West-Azie en Marokko in Noord-Afrika.
Veldkenmerken : Kleinste en slankste inheemse kiekendief : het mannetje is doffer blauw-grijs dan de blauwe kiekendief, met zwarte op bovenvleugel, ondervleugel ook gestreept, maar fijner : geen witte stuitvlek en bezit roestkleurig gestreepte broekveren. Het wijfje is wat donkerder bruin en met kleiner witte stuitvlek dan bij de blauwe kiekendief. Jongen met roodbruin gevlekte borst en buik. Vlucht en balts meer schommelend en met meer plotse wendingen dan bij de blauwe kiekendief. Roep : ‘psiew’ (beiden), ‘kek-kek-kek’ (mannetje)en scherp ‘jiek—kik-kik’ (alarm wijfje).
Biotoop : Open landschap, meestal moeras, hooiweden of natte heide, echter ook op droger terrain : heide, duin, jongen den-aanplantingen, die na 1945 vooral in Groot Brittannie (en ook in Belgie) zowat overall (tijdelijk) ontstonden. Jaagt boven graanvelden en weiden waar kleinere vogels of knaagdieren leven. In afrika als voedsel vooral insekten, boven de gras-savannen.
Voortplanting : In mei-juni (tot in juli nog nalegsels) meestal 5, vaak okk 4, zelden 3 of 6 en meer (tot 8 en eens 10 in Groot Brittnnie) vuil-witte, ovaalronde eieren (kleiner dan van andere kiekendieven) in klein hooinest met wat takjes, midden in hoge gras- of zegge-vegetatie (nooit in riet) op vrij droge bodmen. Wijfje broedt alleen gedurende 28-29 dagen, de jongen vliegen na 29-35 dagen uit. Mannetje jaagt meest op voedsel en werpt dit het lager-vliegend wijfje toe : deze mist noit en grijpt met de klauw de vallende prooi.
Verplaatsingen : Trekvogel die in Tropisch Afrika (tot Zuid-Afrika) overwintert.