|
|
Home > Dieren > Vogels > Grauwe franjepoot
Grauwe Franjepoot
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 GRAUWE FRANJEPOOT Verspreiding : Noorden van Europa, van Azie en van Amerika. Veldkenmerken : Wat kleiner dan de rosse franjepoot en verschillend door overlangs gestreepte rug (als van snip) en langer, fijner en donkerder snaveltje. In prachtkleed roest-bruine borstband, witte kin, donkergrijze kop en nek, met bruin gestreepte vleugels en witte buik; mannetje minder gekleurd. In winterkleed grauwe kopvlekken en vleugels wat donkerder dan bij rosse franjepoot. Zwemt met korte rukjes. Roept : 'pit' of 'twit', alarmerend : 'kerrek'; balts : 'wedu-wedu'. Biotoop : Bewoont toendra- en taiga-plasjes, met gras en zeggen begroeid, ook eilandjes in stromen of meren of zelfs met heide begroeide lavavelden (IJsland). Tijdens de trek vooral plankton-rijke oceanen, ook wel plasjes op het vasteland, voornamelijk nabij de kust; eet op de broedplaats vooral insekten (muggenlarven bv : 33 %; ook vliegen, enz.); op zee vaak nabij walvissen of haringscholen, op zoek naar plankton. Voortplanting : Vooral in juni. Het mannetje broedt = 20 dagen en verzorgt meestal alleen de jongen die na = 20 dagen kunnen vliegen. Vaak 2 of zelfs meer wijfjes voor 1 mannetje. Het wijfje baltst en houdt een territorium. Verplaatsingen : Trekvogel die van juli tot november wegtrekt naar de wintergebieden : in de Atlantische Oceaan. Deze sierlijke kustvogel is een lange-afstandstrekker. Hij voedt zich in de lente met waterdieren uit toendrapoelen en ’s winters met plankton uit zee. NEST Kuiltje, bekleed met gras, verborgen tussen het gras. VERSPREIDING Broedt in noordpoolgebied. Overwintert op zee.
|
|
|