|
|
Home > Dieren > Vogels > Griel
Griel
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 GRIEL Verspreiding : Europa, Azie en Noord-Afrika, tot in de Sahara-woestijn. Veldkenmerken : Vrij grote zandkleurige steltloper met korte rechte snavel, lange gele poten, een grote kop met opvallende gele ogen en een brede witte vleugelstreep. Op de grond meestal trage bewegingen en vaak op de bodem neerliggend als een broedende vogel (schutkleur). Het vliegbeeld lijkt op dat van de wulp maar met tragere vleugelslag, in de vleugels 2 duidelijke witte strepen en de stuit neit witgevlekt. De zeer korte snavel valt natuurlijk best op. 's Avonds en vooral 's nachts druk geroep : 'trielie'. De gewone lokroep is 'koerie'. Biotoop : Dorre vlakten met veel stenen en zeer lage vegetatie, ook duinen en uitgestrekte kale velden, vooral in kalkstreken. Tijdens de trekperiode graag in duingebieden of met stenen bezaaide kale akkers, ook keien en kiezel langs waterlopen. Als voedsel insekten, kleine knaagdieren, slakken, enz. Voortplanting : Van half april tot mei-juni. Verplaatsingen : Plaatselijk standvogel, bv. in Zuid-Europa en zelfs in Z.W.-Engeland.
Deze ongewone kustvogel wordt altijd aangetroffen in open gebied, of dit nu een strook halfwoestijn, een rotsachtig veld in de subtropen, of een stukje akkerland is. Hij ligt overdag verborgen op de grond en rent bij verstoring weg. Hij kan goed vliegen en legt ’s nachts redelijke afstanden af om te fourageren. De griel is actief in de schemering en na zonsondergang, dan jaagt hij op insekten en andere ongewervelde dieren. De vogels ontmoeten elkaar ’s nachts voor de balts en geven luide concerten. De klagende, fluitende, wulpachtige roep kan van veraf gehoord worden. NEST Kuiltje, met de poten uitgeschraapt en door het lichaam gevormd, kaal of bekleed met steentjes. VERSPREIDING Broedt in W.-Europa en Centr.-Azie. Overwintert tot Afrika, India en delen van Z. O.-Azie. |
|
|