Home > Dieren > Vogels > Grutto

Grutto


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                      GRUTTO
GRUTTO
Verspreiding : Gematigd gedeelte van Europa en Azie.
Veldkenmerken : Vrij grote steltloper met hoge poten en zeer lange rechte snavel, die bij het wijfje het langst is Prachtkleed : rossigrode kop en brost (donkerder rood bij de IJslandse ondersoort). 's Winters bruingrijs doch steeds met helderwitte staartbovenzijde met zwarte zoom. Vliegend met brede witte vleugelstreep. Vaak in grote groepen samen. Roep : 'wet'. Zang : een driftig 'wieto-wieto-wettet, enz.' tijdens de baltsvlucht.
Biotoop : Vochtige weilanden en hooivelden, natte heide met plassen en weiland niet veraf. Tijdens de trek vooral in natte weiden en ondiepe brak- of zoetwaterplassen. Zelden of nooit in slikken en schorren, tenzij 's winters en in Afrika. 's Zomers in de Polders soms op stoppelvelden.
Voortplanting : Vanaf einde maart; tot in mei-juni, (vervang-legsel) meestal 4, zelden 3 en uitzonderlijk 5 olijfgroene tot bleekbruine eieren met wolk-achtige vlekken. Het nest zit goed verstopt in een graspol, som ook meer open. Beide geslachten broeden gedurende 23-24 dagen, het wijfje meest, het mannetje echter 'n nachts. Soms echte kolonievorming, met = 40 nesten per ha. De jongen vliegen na = 30-35 dagen. Per jaar 1 broedsel, eventueel 1 of meer vervanglegsels.
Verplaatsingen : Trekvogel die overwegend langs de kusten van Noordwest-Afrika overwintert.