Home > Dieren > Vogels > Havik

Havik


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                   HAVIK
HAVIK

Verspreiding : Europa, Azie Noordelijke punt van Marokko en N. Amerika.
Veldkenmerken : Als een grote bruine sperwer met plattere kop en duidelijke witte wenk-brauwstreep. Wijfje zo groot als buizerd. Lange afgeronde start ronde en korte vleugels, snelle vleugelslagen met plotse wendingen. Verborgen levenswijze : meestal onder de boomkruinen doorvliegend, zelden zwevend. Bij de balts opstijgend en dalend, herhaalde malen naeen. Roep : ‘giak’ (wijfje), ‘kek-kek’ (mannetje), ‘giggiggiggik’ (bij nest). Jongen met overlangse strepen op de onderzijde, adulten met vele fijne donkere dwarsbanden.
Biotoop : Vooral het zware en uitgestrekte woud of dicht naaldhout met nodige rust. Jaagt ook in meer afgewisseld bos of zelfs in woeste terreinen met verspreide boomgroepen (Kempen, Hoge Venen).Elders ook in waterlandschap met bos rond, bv. In Oost-Duitsland, N.O.-Frankrijk en in Spanje. Jacht-territorium : = 3-5.000 Ha. (Brull, 1964 : 16). Eet in hoofdzaak grotere vogels zoals duiven, gaaien, hoenders en ook hazen en konijnen : de prooien worden bijna steeds op de grond bewerkt. Plundert vaak stootvogelnesten !
Voortplanting : Begin april : = 29-lll-61 bij La Roche (Luxemb.) (G. 1961 : 451) tot mei en juni (in N.-Europa) 4, vaak 3, ook wel 2 en zelden 1 of 5 lichtgroenwitte ovaalronde eieren (G. 1959 : 367; W. 1960 : 55-279) in een groot takkennest, vaak jaren naeen bijgewerkt, in hoge eik, beuk, den of spar, vrij zelden op oud buizerdnest. In de nestkom steeds groene taken, tot de jongen uitvliegen. Bebroeding 35-38 dagen, door beide partners, meest door het wijfje. De jongen vliegen na 36-41 dagen uit. Per dag 3-5 voederbeurten door het wijfje (eens door het mannetje).
 Verplaatsingen : Uitgesproken standvogels.

Deze vogel leeft in volgroeide, oude bossen. Hij jaagt in bossen, langs de bostrand en op de aangrenzende open weiden. Zijn voornaamste prooi bestaat uit vogels die in de vlucht gevangen worden. De havik vliegt of laag, zijn prooi verrassend, of stort zich vanuit een hoge uitkijkpost op zijn prooi. Zijn voedsel bestaat uit kraaien, gaaien, duiven, lijsters, fazanten, eekhoorns en konijnen.
NEST Constructie van takken en stokken, bekleed met schors, kleine takjes en veren; in een boom.
VERSPREIDING Broedt in N.-Amerika, Eurazie en N.-Afrika. Noordelijke populaties overwinterren zuidelijker.
N. B. Vrouwtjes zijn groter dan manneties.