Home > Dieren > Vogels > Lijster > Jerdon`s tapuit

Jerdon`S Tapuit


Klik hieronder om te zoeken in onze website


JERDON’S TAPUIT, Saxicola jerdoni
(ca. 13 cm)
Over de naamgeving van deze Tapuiten is weer veel te doen geweest. Gould vermeldt ook de oude naam, die Jerdon aan deze gaf: Rhodophila melanoleuca. Hij beschrijft enkele zeer overeenkomstige soorten, die hij op Timor aantrof en die in hun gedragingen aan Vorkstaartplevieren deden denken en daarom ook de geslachtsnaam Pratincola kregen. Het zijn echter Tapuiten, met langwerpige neusgaten, die met enkele haarbosjes overdekt zijn, en de vleugels zijn nogal afgerond, waarbij de eerste slagpennen kort, de tweede en derde gegradueerd en de vierde de langste zijn, de vijfde en zesde bijna gelijk. De staart is middelmatig lang en afgerond. De vrij lange poten dragen slanke tenen, waarvan de achterste nogal verlengd is. Deze vogels leven in moerassige, dicht met wilde rozen bedekte streken, langs de oever van de Ganges en in rietkragen in Oost-Bengalen. Ze komen veelvuldig voor in Birma, Oost-India, Oost-Pakistan, in Laos en Vietnam. Meestal gaan ze schuil tussen hoog gras en het is moeilijk ze op te jagen, daar ze zich steeds onder dichte struiken weten terug te trekken.
Ze zoeken hun voedsel ook op de grond, bestaande uit allerlei insekten en bouwen hun nesten op de grond onder de bescherming van een omgevallen boomstam of dichte struik.
Het mannetje heeft glanzend blauwzwarte bovendelen en witte onderdelen. De ogen zijn donkerbruin, de snavel en poten zwart. Het vrouwtje heeft roodachtig bruine bovendelen en izabelwitte onderdelen; het midden van de buik is witachtig.