|
|
Home > Dieren > Vogels > Lijster > witkraag merel
Witkraag Merel
Klik hieronder om te zoeken in onze website
WITKRAAGLIJSTER, Turdus albocinctus (ca. 27 cm) De broedgebieden van deze opvallende lijster liggen in het Himalayagebergte van India en in Nepal, vooral in het oosten tot Tibet en Zuidwest-Sikang. Hoewel ze daar soms op hoogten van 4000 m. zijn gezien, geven ze toch de voorkeur aan gematigde temperaturen en in de wintermaanden dalen ze tot 1500m. af. De eiken- en coniferenbossen en rhododendronbegroeiingen vormen de biotoop; in hete tropisch-voch tige wouden komen ze in het geheel niet voor. Als wintergasten bezoeken ze het noorden van Birma, Assam en Manipur. In de broedgebieden leven ze paarsgewijs en meestal ver van soortgenoten verwijderd. De man heeft een rijk gevarieerde milde zang, die hij alleen in de broedtijd laat horen. De vogels nestelen in bomen en bouwen een kunstig komvormig nest van gras, bladeren en mos op een met mos overdekte tak, ca. 1,1/2-3,1/2 m. boven de grond. Het nest is van binnen met fijne grassen bekleed en bevat 3 grijsachtig groene eitjes, die met een grote aantal roodbruine vlekjes en blauwachtig roze ondervlekjes zijn bedekt. Beide vogels broeden afwisselend en verzorgen samen de jongen. Het vrouwtije heeft wel dezelfde tekening als de man, alleen is het wit van de kraag grijsachtig, terwijl haar bovendelen donkerbruin en de onderdelen lichter bruin zijn. Alle veren hebben lichtere zomen, waardoor een schubbeneffect wordt verkregen. In de wintermaanden worden er soms vluchten van deze vogels gezien, die zich gemengd hebben met andere lijsters. De vogels laten dan de typische klokkende alarmroep ,,tsjuk-tsjuk” horen. ’s Zomers voeden ze zich hoofdzakelijk met bessen. |
|
|