|
|
Home > Dieren > Vogels > Lijster > Zanglijster
Zanglijster
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 ZANGLIJSTER Verspreiding : Europa en Westelijk deel van Azie. Veldkenmerken : Na de merel onze gewoonste lijstersoort. Warm-bruine bovenzijde en kop, zonder wenkbrauwstreep, onderzijde met donkere vlekjes op bleekbruin en vuilwit (buik), ondervleugel in de vlucht warmbruin. Roep ('tsik') en vooral de zeer luide jubelende zang met veel variatie zijn zeer kenmerkend. Soms zingend in oktober, november of december. Biotoop : In de eerste plaats het humusrijk en gevarieerd bos met zowel vochtige plaatsen als bessenrijke struiken. Parken en zelfs tuinen komen steeds meer in aanmerking, tot stadstuintjes toe, wanneer erk maar wat struiken en grasperken zijn. In Hoog-Belgie vrij zeldzaam in wouden en hoogvlakten (Land van Herve, Hoge Venen). Toename in steden en dorpen. Tijdens de trek soms talrijk in beten- of rapenvelden. Voortplanting : Van in maart. Verplaatsingen : Voorjaarstrek (in maart-april) vrij onopvallend vergeleken bij de sterke najaarstred van september- oktober. De overwintering grijpt vooral plaats in Frankrijk.Met zijn levendig gevlekte onderzijde en opgerichte houding is de zanglijster een vertrouwde verschijning in parken en tuinen van N.W.-Europa. In de rest van zijn verspreidingsgebied is het een echte bosvogel. Hij leeft van wormen en slacken. Om de slakkehuisjes te breken, gebruiken deze vogels een steen als aambeeld waarop ze de huisjes stukslaan. Ook bessen worden gegeten.NEST Kom van plantenmateriaal, gevoerd met een gladde binnenkant van modder, hout, molm of klei, in een boom of struik. VERSPREIDING Europa, N.-Afrika, Midden-Oosten en Centr-Azie. Ingevoerd in Australie en Nieuw-Zeeland.
|
|
|