Home > Dieren > Vogels > Meerkoet

Meerkoet


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                   MEERKOET
MEERKOET
Verspreiding : Europa, tot in Oost-IJsland Azie, Australie en Noord-Afrika.
Veldkenmerken : Vrij grote, zwarte ralachtige, met witte snavel en voorhoofdsbles, juvenielen met vuilwitte onderzijde, kop en hals, maar zonder witte bles. Zwemt vaak, met de kop knikkend, hoog op het water liggend; duikt ook, maar met korte pozen. Vliegt op na lange aanloop, met veel watergeplets. Roep : 'koew' (kort), 'pits' (scherp).
Biotoop : Grotere zoetwaterplassen, meren en heidevennen met open water en rietgordel. Ook 's winters vooral op zoet water, soms, vooral na strenge vorst, op brek en zout water en zelfs op zee. Als voedsel vooral plantaardige kost ( 84 %), meestal algen, fonteinkruid, rietgras, enz., maar ook gras, graan en voedselresten die 's winters op akkers en weiden en op stortplaatsen nabij het water worden opgezocht.
Voortplanting : Vanaf maart. Beide partners broeden gedurende = 21-22 dagen. De jongen (met oranjerode kop en hals) zijn nestvlieders maar keren als alle rallen vaak op het nest terug om er gevoederd te worden; na = 8-9 weken vliegen ze behoorlijk. Per jaar meestal 1, soms 2 en uitzonderlijk 3 broedsel.
Verplaatsingen : Naar het Zuid- Westen.