|
|
Home > Dieren > Vogels > Mees > Chinese mees
Chinese Mees
Klik hieronder om te zoeken in onze website
CHINESE MEES, Parus major minor (ca. 12 cm) Het geslacht Parus telt thans 44 soorten. Deze soorten hebben op hun beurt vaak weer veel ondersoorten. Zo behoort de hier afgebeelde Chinese Mees, die behalve in China ook nog in Japan voorkomt, tot de groep waartoe ook de Europese Koolmees, Parus major major behoort. Direct valt echter het ontbreken van het geel aan beide lichaamszijden op, terwijl verder het wit aan de buitenste staartpennen ook voor een duidelijk verschil zorgdraagt. Opvallend is ook nog de gele nekvlek. In levenswijze komt hij echter geheel met de Europese soort overeen. Het zijn bewoners van alle soorten bossen en parken en zowel van laagvlakten als gebergte. Overdag zijn ze in het gebladerte in de weer met het zoeken naar allerlei insekten, waarbij ze in alle houdingen aan takken en dunne twijgen hangen. In de zomermaanden zoeken ze tegen de avond een beschut plaatsje op, ’s winters geven ze de voorkeur aan boomholten. Alleen in de broedtijd zijn ze paarsgewijs. Beide vogels bouwen een nest van mos en haar, bij voorkeur in een boomholte. Er worden 8-10 eitjes gelegd, die door het vrouwtje in 2 weken worden uitgebroed. De jongen blijven 3 weken op het nest en worden nog 2 weken na het uitvliegen door beide ouden gevoerd. Vrijwel altijd volgt een tweede legsel en bij gunstige weersomstandigheden volgt zelfs nog een derde. De hele familie blijft daarna bij elkaar en vormt met andere Mezen een troep, die over een vrij uitgestrekt woongebied de hele winter rondzwerft en zich voedt met insekten, wormen, bessen, zaden en noten. De afgebeelde vogels zitten op een soort Uvularia. Er zijn geen uiterlijke geslachtskenmerken. |
|
|