Home > Dieren > Vogels > Mees > Indische kroonmees

Indische Kroonmees


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                                 Indische kroonmees
INDISCHE KROONMEES, Parus xanthogenys
(ca. 12,5 cm)
In het Himalayagebergte en in het hoogland van Centraal India komen 3 rassen van deze sort voor, die vroeger tot een apart geslacht Machlolophus werden gerekend en in de meeste literatuur ook onder die naam alleen te vinden zijn. Gould kreeg alleen exemplaren van de Noordwest-Himalaya onder ogen. De vogels komen alleen in met bossen bedekte streken voor, paarsgewijs of in familieverband. Een troepje is meestal in gezelschap van andere insektenetende vogels, wanneer ze voedsel zoeken in de dicht bebladerde boomtoppen. Spinnen, insekten en larven worden ’s zomers gegeten, terwijl in de wintermaanden het voedsel ook uit bessen en andere vruchten bestaat. Evenals andere Mezen klauteren en klimmen ze behendig tussen de takken, maar ook kunnen ze kunstig van tak naar tak zweven. Ze zijn steeds in beweging en laten een vrolijk tsie-tsie horen. In het broedseizoen geeft de man een aardige fluitstrofe ten beste, waarbij hij zijn vleugels laat hangen en zijn kuif overeind zet.
De vogels zoeken een holte, hoog in een boom om er hun nest van mos, gras, dierhaar en veren te maken. Daar ze niet schuw van aard zijn nestelen ze vaak dicht bij een huis in een boom in de tuin. Er worden 4-6 eitjes gelegd, die wit zijn en bruinrode vlekjes dragen. Beide vogels bouwen aan het nest, broeden afwisselend en brengen de jongen samen groot.
Alleen bij het noordelijke ras hebben beide vogels een brede zwarte band over het midden van de buik, zodat er in het geheel geen uiterlijke geslachtskenmerken zijn. De vogels zijn door Richter afgebeeld op een tak van Daphne involucrata.