|
|
Home > Dieren > Vogels > Mees > Sultan mees
Sultan Mees
Klik hieronder om te zoeken in onze website
SULTANMIEES, Melanochlora sultanea (ca. 20 cm) In Nepal, Assam, Birma, Tenasserim en Thailand en ook nog op Sumatra komt deze grootste mees van de hele familie voor. Niet alleen door het grote formaat, maar ook door tal van andere factoren en zijn gehele uiterlijk zou men eigenlijk niet vermoeden dat hij tot de Mezen behoort. De vogels leven in of aan de randen van hoge bossen, maar zijn ook veel langs de wegen te zien. Voor zover de vogels in de lagere bergstreken van het noorden wonen trekken ze in de winter naar het zuiden, die uit de laagvlakten zijn standvogels, maar zwerven toch door een zeer groot woongebied rond. Meestal vormen ze kleine vluchten en zoeken ze hun voedsel in de boomtoppen; het bestaat voornamelijk uit insekten, maar allerlei vruchten en bessen staan ook op het menu. Onder het eten zijn ze nogal luidruchtig en laten ze een harde contactroep horen. Ze halen niet alleen de insekten van takken en hangen dan vaak ondersteboven aan een stam of tak. Als ze jagen zweven ze ook van tak naar tak en blijven ze in de lucht stilstaan. In een spleet of holte van een hoge boom wordt genesteld. Een dikke bodem van mos wordt aangebracht en een broedkuiltje wordt bekleed met plantenwol en haar. De 6-7 eitjes zijn wit en overdekt met grote roodbruine vlekken op grijsroze ondervlekken. Het vrouwtje, op de plaat bovenaan afgebeeld afgebeeld, heeft zwartachtig bruine bovendelen en een groene keel in plaats van zwartachtige groene bovendelen en een staalblauwe keel. Beide hebben diepgele onderdelen, bovenkop en verlengde kuifveren. Richter plaatste ze op de plant Epigynium acuminatum. |
|
|