|
|
Home > Dieren > Vogels > Pieper > Oeverpieper
Oeverpieper
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 OEVERPIEPER Verspreiding : Europa, Azie (tenzij in de Tropen) en Noord-Amerika. Veldkenmerken : Vrij grote piepers met lichte en weinig gestreepte onderzijde, een donkere bovenzijde en doffe poten. De ondersoort 'spinoletta' kan herkend kan herkend worden door de bruingrijze, de witte wenkbrauwstreep, de lichtere onderzijde, de zuiver-witte zomen van de buitenste staartpennen en het heelwat grotere oog, vergeleken met 'littoralis'; de borst is wat roze- achtig in het prachtkleed. De roep : 'psiet' is steeds minder scherp dan die van de graspieper ('iet', of 'uut') maar klinkt sterker bij de waterpieper (A. sp. spinoletta). Biotoop : De oeverpieper bewoont 's zomers rotsige zeekusten en bezoekt 's winters allerlei soorten zeestrand: schorren, slikken, golfbrekers; de waterpieper leeft in de bergen tussen de rotsen en overwintert in het binnenland, langs allerlei lager gelegen waterlopen. Voortplanting :Vanaf einde april tot in juli gewoonlijk 4 of 5 grijsbruin-gestreepte eitjes in een mooi-verstopt nestje tussen kloven en spleten of onder de begroeiing. Er zijn per jaar 2 broedsels. |
|
|