Home > Dieren > Vogels > Pitta > Roodkop pitta
Roodkop Pitta
Klik hieronder om te zoeken in onze website
ROODKOP-PITTA, Pitta granatina (ca. 17 cm) Van de 23 soorten, die het geslacht Pitta kent, komen er 22 in Zuid-Azie, Indonesie, op de eilanden van de Grote Oceaan en in Australie voor, terwijl er maar 2 in Afrika voorkomen, die overigens een zeer veel overeenkomst vertonend kleurenpatroon hebben. De Roodkop-Potta is een bewoner van moerassige gebieden in het laagland van Zuid-Malakka en Borneo, waar hij voornamelijk langs de westkust voorkomt. De eerste exemplaren, die door Temminck beschreven werden bevonden zich in het museum te Leiden en Gould kreeg van Temminck een paar balgen, aan de hand waarvan hij Hart deze plaat kon laten maken. Het voorhoofd en de zijkanten van de kop zijn zwart; de bovenkop en nek zijn scharakenrood; achter het oog loopt een blauwe streep. De verdere bovendelen en de staart zijn purperkleurig bruin en de onderdelen donker karmozijnrood. Er zijn geen uiterlijke geslachtskenmerken. De vleugeldekveren zijn aan de buitenste einden blauw, de slag- en staartpennen zijn zwart. De veren vertonen bij deze pitta de vorm van schubben en behalve op de acherkop hebben alle veren een afgerond model. In levenswijze wijken ze niet van de andere pitta’s af; ze komen zelden uit de beschutting van dicht struikgewas en voeden zich met allerlei insekten. Het word Pitta komt uit een taal die Telegu heet en betekent ,, kleine vogel”. |