|
|
Home > Dieren > Vogels > reiger > Grote zilverreiger
Grote Zilverreiger
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 GROTE ZILVERREIGER Verspreiding : Zuid-Oost-Europa, Afrika ten Zuiden van de Sahara, Azie, Oceanie tot zuid- Nieuw Zeeland en Noord en Zuid-Amerika. Er zijn 4 ondersoorten, 1 ervan (de nominaatvorm) in Europa. Veldkenmerken : Een grote witte reiger met steeds een gele snavelbasis en donkerbruine poten met gele zijden en groenzwarte tenen. Mist de kuifveren van de kleine zilverreiger in het prachtkleed maar bezit wel lange rugveren (`aigrettes'). 's Winter is de snavel gans geel, 's zomers overwegend zwart. Gedraagt zich meer als dee even grotwe blauwe reiger en vist bv. loerend en bedachtzaam. Steeds zwijgzaam, tenzij op de broedplaats, waar vrij hees geschreeuw weerklint : `rhe-rhe-errp', of `rroe-rroe'. Blotoop : Niet al te dichte rietvelden langs oevers van grote meren, brede rivierarmen en stroommondingen. Jaagt liefst langs de rand van het water, bv. in overstroomde meersen of in greppels langs de dichte ietgordel. De nominaatvorm alleen broedt uitsluitend in het rietveld, de andere ondersoorten liefst op bomen. Vooral vis als voedsel, maar ook waterinsekten, reptielen, amphibieen, enz. Voortplanting : Vanaf april tot in juni meestal 4 helderblauwe eieren in een rietnest van omgeknakte stengels, midden in het dichte rietveld, steeds in kolonies of samen met blauwe reigers of purperreigers Nesten soms zo dicht bijeen dat er op het einde van de broedtijd 1 enkel platform overblijft. Beide partners broeden gedurende +_ 25-26 dagen. De jongen vliegen uit na +_ 6 weken. Verplaatsingen : Trekvogel die in Zuid-Europa (van Sardinie tot Griekenland), in Egypte en in Noord-West-Afrika overwintert. Van einde september tot half november en later trekken de meeste weg om van eind februari tot begin april terug te keren. Jonge vogels zoals die van andere reigers, zwerven in alle richtingen rond in juli en augustus. |
|
|