Home > Dieren > Vogels > reiger > Purperreiger

Purperreiger


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                       PURPERREIGER
PURPERREIGER
Verspreiding : Zuiden van Europa, Azie, Oceanie (tot Celebes) en Afrika: 3 ondersoorten, 1 in Europa.
Veldkenmerken : Slanker dan de blauwe reiger, met in de vlucht meer gokromde `slangen' - hals, grotere tenen, donkerder bovenzijde en roodbruine onderzijde, met zwarte strepen op de hals. Roept minder, vligend soms een scherper klinkend `krek' of `ret' ; baltsroep : `kwerk-gwo-gwo', `keu-keu' (bedelend).
Biotoop : Vrij dichte rietvelden, vaak gemengd met els-of wilgestruiken. Tijdens de trek ook in begroeide natte weiden, moerassen of vijvers. Jaagt loerend of traag stappend vis (50 % van het voedsel), knaagdieren, kikkers, slangen, enz.
Voortplanting : Van april (begin april in Noord-Afrika, half april in Zwitserland) tot begin juli (meestal in mei) 4 of 5, zelden 2-3 of 6, uitzonderlijk 7-8 groenblauwe eieren (wat kleiner dan van de blauwe reiger) in plat nest van droge rietstengels even boven het water (70-120 cm.) zelden op struiken, tot 1 m. hoog uitzonderlijk hoger in bomen (in Zwitserland, in populieren, 15-20 m. hoog). Beide partners bouwen en broeden (wijfje soms alleen +_ 24-30 dagen lang (meestal 26). Na 7-8 weken vliegen de jongen die na +_ 10 dagen reeds het nest verlaten om er na 5 weken nier terug te keren. Er is 1 broedsel per jaar, soms nalegsels. Meestal in grote kolonies wonend, soms ook allen.
Verplaatsingen : Trekvogel die vooral in Tropisch West-Afrika overwintert, zelden in Zuid-Europa: