Home > Dieren > Vogels > scharrelaar

Scharrelaar


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                         
SCHARRELAAR
Deze fors gebouwde, blauwe vogel met kastanjebruine rug wordt meestal gezien, zittend op een goed overzicht biedende uitkijkpost in een boom, op een paal of telefoondraad. Hij let op grote insekten op de grond, slaat plotseling zij lange, brede vleugels uit tijdens de uitval om ze te bejagen, en keert dan weer terug naar zijn uitkijkpost. Langsvliegende insekten worden ook uit de lucht geplukt. In het broedseizoen vliegt het baltsende mannetje hoog de lucht in, stijgt steil op, en voert wervelende duikvluchten uit waarbij zijn vleugelkleuren opvallen. Deze balts gaat vergezeld van krassendeen ratelende kreten. Broedparen verdedigen hun territorium, maar voor ze wegtrekken vormen ze groepen.
NEST Kale holte in een boom, een enkele keer op oever of klif.
VERSPREIDING Broedt in delen van Europa en N.-Afrika. Overwintert tot Z.-Afrika.

Verspreiding: Zuid- en Oost-Europa, noordelijk tot in Gotland (Zweden), West- en Centraal-Azie, tot in indie, en Noordwest-Afrika.
Veldkenmerken: Ongeveer zo groot als een kauw, met schitterend blauwe blauwe kleuren op onderzijde, staart, vleugels en kop, een roodbruine rug en een stevige kraaiachtige snavel. vliege vaak met buitelende vlucht om een insekt na te jagen en daarna terug te keren naar het vertrekpunt. De roep is een schorre kreet: 'rak-rak' of 'kraa'. Zit graag op uitkijkpost.
Biotoop: Open landschap met verspreid staande bomen ofmen ofwel droge, lichtrijke bossen op zandig en vlak terrein. Holle bomen worden bij voorkeur opgezocht als nestplaats doch ook muren, rotsen of afgravingen met holten kunnen in aanmerking komen. Graag langs langs veldwegen met bomen.
Voortplanting: Van half mei tot in juni . Boomholten, oude nesten van de zwarte specht en een enkele maal zelfs oude eksternesten of grote nestkasten dienen als nestgelegenheden. Beide geslachten broeden waarschijnlijk, gedurende= 19 dagen. Per jaar 1 broedsel.
Verplaatsingen: Trekvogel die vooral in Oost-en Zuid-Afrika overwintert na in augustus-september Europa te hebben. De terugkeer gebeurt in april-mei.