|
|
Home > Dieren > Vogels > Scholekster
Scholekster
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 SCHOLEKSTER Verspreiding : Kusten van Europa, Klein Azie en plaatselijk in oost-Azie. Veldkenmerken : Opvallende, zwart-wit gekleurde steltloper, met zwaar lichaam en oranjerode dolksnavel. Vliegend met korte vleugelslagen, waarbij de brede witte vleugelstreep en de witte met zwart gezoomde staart sterk kontrasteren met de zwarte snavelpunt. Luidruchtig geroep : 'kliep-kliep', 'tepiet', ook trillende zang : 'tirrr-tepiet', enz. Biotoop : Leeft bij voorkeur op slijkerige stranden en bij lage tij droogvallende slikken in stroommondingen. Ook rotsige zeekusten en steenglooiingen komen in aanmerking als voedselgebied. Broedt op kiezelstranden, in de duinen en langs de met zeekraal begroeide oevers van zoutwaterplasjes, regelmatig ook op kaal akkerland, in vochtig weiland met kort gras en zelfs in lage heide in het binnenland. Ook tijdens de trek steeds langs de zeekust of nabij zout- of brakwaterplassen. Als voedsel vooral zeepieren en weekdieren, minder schaaldieren en insekten, zelden zaden en planten. Voortplanting : Vanaf einde april tot in juli meestal 3 of 4, soms slechts 2 vrij grote geelbruinr eieren met zwarte stippels en vlekjes. De vrij platte nestkom in los zand of kiezel, meestal met wat stengels en vooral met schelpjes en keitjes belegd. Beide partners broeden om beurten, gedurende = 25-27 dagen. De jongen vliegen na = 34-37 dagen. Er is 1 enkel broedsel per jaar, eventueel ook een vervanglegsel. Verplaatsingen : Gedeeltelijk standvogel of trekvogel over betrekkelijk korte afstanden, doch een klein deel trekt ook tot in Spanje, Portugal en Marokko. |
|
|