Home > Dieren > Vogels > specht > Draaihals

Draaihals


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                             draaihals
DRAAIHALS

Verspreiding : Europa, Azie en N.W.-Afrika.

Veldkenmerken : Wat groter dan een mus, langer staart, bruingrijs met donkere 'nachtzwaluw'- achtige lengtestrepen en witte droppelvlekjes, buik wat gestreept. Golvende vlucht, zit vaak roerloos (schutkleur). Klimt soms als een reptiel op boomstammen. Bij schrik op het nest hevig gesis (als slang) en heen- en weer-gedraai met de kop. Roep : 'piej' (10 x naeen) in de lente.

Biotoop : Droog  en zonnig bosgebied met mieren en oude bomen. Graag in vrij open dennebos, oude boomgaarden, houtkanten in weiland, parken en tuinen met holten. Eet vooral mierenlarven, soms andere insekten.

Voortplanting : Zelden vanaf eind april: Rukt vaak in de omgeving nesten van andere holenbroeders uiteen. Bebroeding door beide partners gedurende 11 tot 14 dagen.

Verplaatsingen : Trekvogel die in Tropisch Afrika, ten N. van de Evenaar, overwintert.