Home > Dieren > Vogels > specht > Witrugspecht
Witrugspecht
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 WITRUGSPECHT Verspreiding : Europa (vooral Oost-Europa); Centraal- en oostelijk Azie. Veldkenmerken : Gelijkt sterk op de iets kleinere grote bonte specht, die echter op beide vleugels een grote ovaalvormige witte vlek bezit en geen wit vertoont op de benedenrug en stuit zoals bij deze soort het geval is. Bovendien bezit het mannetje een rode bovenkop (ook jonge grote bonte bezitten dit kenmerk) en beide geslachten benbbben een langere snavel, overlangs gestreepte flanken en wit- gestreepte vleugels als verschilpunten met voornoemde grote bonte specht. Ook de roep is iets doffer; 'kjuk', in plaats van het scherpere 'kiek' van de grote bonte. Biotoop : Loofbossen of gemengde bossen, vooral in bergachtige streken : in de Beierse Alpen bv. vanaf 600 en tot 1.300m. hoogte.Leeft liefst op plaatsen waar zware en halfafgestorven bomen talrijk voorkomen. zoals bv. nog het geval is in het Aspe-dal in de Lage Pyreneeen in Frankrijk. Voortplanting : In april-mei 3 tot 5 glanzende witte eieren, gemiddeld iets groter dan die van de grote bonte. De nestholte is merkbaar groter en ook het vlieggat is soms zo groot als bij de groene specht. Op vrij grote hoogte; 4 tot 9 m., meestal in loofbomen (zelden in eiken) of in sparren met dikke stammen (bv. in Beieren ). Beide geslachten broeden en voederen de jongen. Het mannetje koestert 's nachts. De broedduur is wellicht zo kort als bij de grote bonte:= 13 dagen, misschien ook langer. Per jaar slechts 1 enkel broedsel. Verplaatsingen : Als regel uitgesproken standvogel, |