Home > Dieren > Vogels > Stern > Dwergstern

Dwergstern


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                       DWERGSTERN
DWERGSTERN
Verspreiding : Europa, Centraal-, Zuid- en Oost-Azie (Japan), Afrika ten noorden van de Evenaar, Oceanie (tot Australie) en het zuiden van Noord-Amerika, tot de eilanden voor de kust van Venezuela.
Veldkenmerken : Veruit de kleinste zeestern, met breed wit voorhoofd, een zwarte schedel met brede band door het oog naar de snavelbasis, een geel snaveltje met zwart puntje ('s winters gans zwart) en vuilgele pootjes ('s winters ook donkerder). Vliegt met snelle vleugelslag, vaak ter plaatse in de lucht 'biddend' alvorens in het water te duiken. Kan snel lopen en onderscheidt zich ook van de andere zeesternen door lager te vliegen en op betrekkelijk kleine ruimte naar voedsel te speuren. Ook zeer typisch geluid, een vinnig en scherp geroep : 'pit-gret', 'kiri', 'kwet-kwet'.
Bitoop : Rustige, met schelpjes of kiezel bedekte zeestranden, vaak zeer dicht bij de vloedlijn, soms ook nabij stroommondingen iets dieper in het binnenland : bv. in de pas-ingedijkte Braakmanpolder in Zeeuws-vlaanderen van 1954 tot 1960 (G. 1961 : 99). In Centraal- en Oost-Europa ook in het binnenland, langs zoutmeren of in zoutsteppen. Ook tijdens de trek volgen deze sterntje bijna steeds de kustlijn en zijn overal in het binnenland, zelfs langs de Beneden-Schelde bij Antwerpen, een uitzonderlijke verschijning. Als voedsel soms veruit meest schaaldiertjes (tot 97 %) maar op andere plaatsen vooral visjes, verder ook zee-weekdieren  en wat insekten.
Voortplanting : Vanaf half mei .
Verplaatsingen : Trekvogel die vooral in tropisch West-Afrkia overwintert.