Home > Dieren > Vogels > stormvogeltje > Kuhls pijlstormvogel

Kuhls Pijlstormvogel


Klik hieronder om te zoeken in onze website


                         kuhls pijlstormvogel
KUHLS PIJLSTORMVOGEL
Verspreiding : Europa en Afrika. Er zijn 3 ondersoorten waarvan 2 in Europa.
Veldkenmerken : Een grote stormvogel met zwaar lichaam en dikke bleekgele snavel met donkere gekromde punt . De bovenzijde is grauwbruin, de onderzijde wit, doch met geledelijke overgang tussen beide tinten. Vliegt rakelings boven de golven, na een 4-tal trage vleugelslagen in 2-3 sekonden een 6-7 sekonden durende glijvlucht. De vleugels zijn wat hoekig, waardoor deze soort aan een jonge jan van gent doet denken, ook wegens de vrij lange snavel. Roept enkel 's nachts en op de broedplaats : 'ia-gow-a-gow-gow', ook 'je-je-je' (het wijfje).
Biotoop : De meest visrijke gedeelten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee ('diomedea'). Visrijke gedeelten vanop = 5 m. en blijft = 2 sekonden onder water. Kan ook zwemmend kleine vissen, weekdieren en op het waer drijvende olie bemachtigen. Leeft vooral in Zuidelijke zeeen.
Voortplanting : Van einde mei tot begin juni 1 wit ei zonder glans, in rotsspleten, onder steenhopen en in zelf-gegraven gaten in de grond (minder vaak dan bij de andere pijlstormvogels). Nesten worden met droge takken gras, zeewier, enz. opgebouwd. Er zijn zelfts nestgaten gevonden in grotten van vulkanen, op zeer grote hooget. Broedduur : = 45 tot 50 dagen. Beide partners lossen mekaar af, tijdens de nacht, uitzonderlijk nog voor zonsondergang. Het grijsbruin jong vliegt na 10 tot 14 weken, rond half oktober tot begin november. Per jaar 1 enkel broedsel.
Verplaatesingen : Broedvogels komen reeds in februari=maart terug en verlaten de broedplaats van september tot november. Doch van mei tot oktober trekken er reeds heel wat naar het noorden, tot bij de kusten van Noord-Amerika, Groot-Brittannie en Zuidwest-Europa. 's Winters vindt men de meeste men langu de zuidwestkust van Zuid-Afrika.