|
|
Home > Dieren > Vogels > stormvogeltje > Noordse stormvogel
Noordse Stormvogel
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 NOORDSE STORMVOGEL Verspreiding : Europa, Azie en Noord-Amerika : het noorden van Atlantische en stille Oceaan. Twee ondersoorten, 1 in Europa (de nominaatvorm). Veldkenmerken : Lijkt op een kleine, gedrongen zilvermeeuw met eenvormige witte of grauwe bovenzijde, smaller vleugels met donkergrije toppen, een afgeronde staart, dikke hals en een korte dikke snavel met luchtbuis bovenop. Vliegwijze met langzame vleugelslag en herhaalde glijvluchten. Op de broeplaats een reeks hese en schorre kreten. Biotoop : Bewoont rotsige klippen langs de zeekust, soms echter ook verder van de kust : op Spitsbergen tot 15 km. ver en op 1.300 m. hoogte. Is ook bij dag aktief, dit in tegenstelling tot de andere stormvogels. Als voedsel week- en schaaldieren, vis, vet en olie van walvissen en van robben, dode af gekwetste vogels, vogels, vooral allerlei afval van trawlers. Voortplanting : Vanaf half mei tot begin juni 1 enkel, zelden 2 eieren, vrij groot, wit en met ruige kalkschaal. Als nest een zeer ondiep kuiltije in het gras van een rotsrichel, meestal hoog boven de zee. Beide geslachten broeden gedurende = 52-53 dagen (47 en 57 als uitersten). Na = 46 dagen (41 en 57 als uitersten) vliegen de jongen uit. Grotere kolonies verzekeren aan 50% der jongen overlevingskansen, kleinere an slechts 19 tot 37%. Er is 1 enkel broedusel per jaar en been vervangleglegsel. Bij gevaar spuiten de Noordse stromvogels hun maagolie tot 1 m. ver. Verplaatsingen : Zeevogel die in verschillende richtingen over de Oceaan wegzerft : vanuit Groot-Brittannie het meest in de richting van de kusten van Canada.
|
|
|