|
|
Home > Dieren > Vogels > Strandloper
Strandloper
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 STRANDLOPER Verspreiding : Uiterste Noorden van Europa (Spitsbergen), van Azie en van N.-Amerika. Veldkenmerken : Plompe en grote strandlopler met vrij krote zwarte snavel en korte bruingroene poten. In het prachtkleed donker-roestkleurige onderzijde en geschubde bovenzijde ( met zwart, wat en roodbruin). Het winterkleed is grijswit met witte onderzijde en wenk-brauwstreep. De grijswitte staart en vleugelstreep zijn opvallend bij vliegende vogels : soms ware wolken, in snalle en wentelende vlucht. Zwijgzaam, soms een zacht 'grot' of 'knut'- geroep, bij alarm 'kwie-kwie-kwie', vliegend soms : 'wiejewiet'. Bij de baltsvlucht vrij mooie zang als van een wulp, hoog rondcirkelend met trillende vleugelslag, en zwevend neerdaland. Biotoop : Droge steenvlakten met schaarse vegetatie, van de zeekust tot op = 300 m. en ook de toendra in het laagland (als broedgebied). Tijdens de trek vooral de zandige en modderige stroommondingen langs de zeekust, minder op het vlakke strand en zeer zelden in het binnenland. Voortplanting : Vanaf half juni tot begin juli. Verplaatsingen : Trekvogel die in groot aantal in West-Europa overwintert.
|
|
|