|
|
Home > Dieren > Vogels > Strandloper > Krombekstrandloper
Krombekstrandloper
Klik hieronder om te zoeken in onze website
 KROMBEKSTRANDLOPER Verspreiding : Uiterste Noorden en Noord-Oosten van Azie. veldkenmerken : Lijkt op een bonte strandloper, is echter slanker, bezit witte stuit en bovenstaart, fijner en licht-gebogen snavel en w2at langere poten. In het prachtkleed zijn de roestrode onderzijde, kop en bovenrug opvallend (bij de manntjes vooral), in het winterkleed (en jeugdkleed) een roomkleurig-witte onderzijde met wat overlangse keel-en halsstreepjes. Steeds een wittere wenkbrauwstreep en een meer geschubde bovenzijde dan de bonte strandloper. Roep : 'djirip', 'twie-twie'. Biotoop : Bewoont min of meer vochtig toendra en soms ook opene hoogveenmoerassen. Trekt vooral langs de zeekust, langes slijkerige stroommondingen, schorren of zoutkreken met brede kale oevers en ondiep water. In Afrika vaak talrijk in het binnenland. Voortplanting : Vanaf half juni tot begin juli meestal 4 eitjes. Vrij diep nestkuiltje in rendier-mos op open plek in drogere toendra, belegd met wat droog gras en korstmos; soms enigszins in kleinere kolonies samenwonend. Het nest ligt vaak nabij dat van de Aziatische goudplevier die meestal voor de veiligheid helpt zorgen. Per jaar 1 enkel broedsel. Verplaatsingen : Trekvogel die enorme reizen onderneemt om tot in Zuid-Afrika, Mada-gaskar, Ceylon, Zuid-Australie of zelfs in Nieuw Zeeland te gaan overwinteren.
|
|
|