Home > Dieren > Vogels > Timalia

Timalia


Klik hieronder om te zoeken in onze website


 

                                      Timalia
TIMALIA, Pomator hinus erythrogenys erythrocnemis
(ca. 23 cm)
Het geslacht Pomatorhinus telt 8 soorten, waarvan de meeste vertegenwoordigers verbreid zijn van de westelijke Himalaya tot in China en Noord-Australie. In India worden de meeste gevonden. De Australische leven in groepsverband van 6-16 stuks bij elkaar. Toen Swinhoe deze nieuwe soort ontdekte gaf Gould ze de naam ,,erythrocnemis'' in verband met de rode knieen. Ze leven in de dichte wouden van Formosa en komen zelden lager dan 600 meter en verlaten de schemering van het woud niet voor de lichtere bossen op de heuvels en in de vlakten. De vogels houden zich bij voorkeur in het dichte onderhout op of in hoog gras. Om voedsel te zoeken komen ze op de grond en scharrelen ze in het afgevallen blad. Ze eten maden, engerlingen, kevers, wormen en allerlei insekten en bessen. Ze zijn schuw en laten meer horen dan zien. Het mannetje laat zijn lokroep veel horen en deze wordt dadelijk door het vrouwtje beantwoord. Als men de lokroep nabootst komen de vogels er op af. Het blijkt dan dat er meestal enige paartjes bij elkaar zijn. De broedtijd valt vroeg in het jaar, want Gould vond al in april uitgevlogen jongen. Het nest is overkoepeld en heeft een grote opening aan de boven-zijkant. Het is losjes gemaakt van droge grassen, varens, bladeren en het wordt niet bekleed. Het ligt in een dichte pol gras op de grond of in een boomstomp onder een struik. De 2-4 eitjes zijn ovaalvormig en zuiver wit. Er zijn geen uiterlijke geslachtskenmerken. De bovendelen zijn olijfbruin, het voorhoofd, de knieen en onderstaartdekveren zijn roestrood. Op de witte keel komen zwarte strepen voor. De baardstreep is zwart.